De wet, jurisprudentie, gewoonte en verdragen

Laten we een aantal rechtsbronnen eens kort nader bekijken, namelijk de wet, jurisprudentie, gewoonte en internationaal recht.

De wet

De term ‘de wet’ suggereert ten onrechte dat er maar één wet is. Er zijn namelijk niet alleen heel veel wetten, ze zijn er ook in allerlei soorten en maten.

In wetten staan bijna altijd algemeen verbindende voorschriften (kortweg: avv’s). Dit zijn voorschriften die voor alle burgers en overheidsorganen kunnen gelden zodra de voorschriften dit aangeven. Ze zijn niet opgesteld voor een specifieke persoon of voor een individueel geval. We noemen dit ‘algemeen naar persoon’ en ‘voor herhaalde toepassing vatbaar’. Avv’s zullen vaak rechten en plichten inhouden.

Zo kan een avv inhouden dat winkeliers het recht hebben om iedere laatste zondag van de maand hun winkel open te hebben. Deze regel is gemaakt voor alle winkeliers, en niet speciaal voor de sigarenboer op de hoek (‘algemeen naar persoon’). Deze regel geldt iedere laatste zondag van de maand opnieuw en het is dus geen regel voor eenmalig gebruik (‘voor herhaalde toepassing vatbaar’).

Algemeen verbindende voorschriften noemen we ook wel wetten in materiële zin. We kennen daarnaast ook wetten in formele zin. Een wet in formele zin is ieder besluit dat de regering en de Staten-Generaal tezamen nemen. Dikwijls zijn deze besluiten wetten die avv’s bevatten. Dergelijke wetten zijn dus naast wetten in formele zin tevens wetten in materiële zin.

De regering en de Staten-Generaal tezamen vormen onze hoogste wetgever (en de enige die wetten in formele zin kan maken), maar ze zijn lang niet de enige die avv’s maken. De regering zelf, ministers, waterschappen, provincies, gemeenten en sommige zelfstandige bestuursorganen doen dit ook.

Of iets een wet in materiële zin is, hangt dus af van de inhoud (bevat het een avv?) en of iets een wet in formele zin is hangt af van de herkomst (wie heeft de wet gemaakt?).

Jurisprudentie

Een andere bron van recht is de rechtspraak, oftewel: jurisprudentie.

Een regel van recht (bijvoorbeeld neergelegd in een wet) schept vaak rechten en plichten. Soms zul je een recht moeten handhaven of ervoor moeten zorgen dat een ander zijn plicht nakomt. Ook kan het zijn dat het in een situatie nog niet helemaal duidelijk is hoe een rechtsregel in de praktijk toegepast moet worden. In al die gevallen komt dikwijls de rechter om de hoek kijken. De rechter legt de rechtsregel uit en past deze toe op de situatie zoals hij die voor zich heeft. Hoe een rechter een rechtsregel uitlegt en op welke wijze hij dit doet, kan een belangrijke bron van recht vormen.

Naast het verduidelijken en aanvullen van rechtsregels, kan de rechter ook bestaande regels ‘bijstellen’ om deze te laten voldoen aan de moderne tijd. Dat kan hij doen door ze op een andere manier uit te leggen.

Als een rechtsregel bijvoorbeeld aangeeft dat een bepaalde overeenkomst ‘schriftelijk’ dient te worden vastgelegd, is het de vraag of een elektronisch tot stand gekomen overeenkomst (zoals via e-mail), voldoet aan het vereiste van ‘schriftelijkheid’. De rechter kan deze rechtsregel dan zo uitleggen dat een overeenkomst gesloten via e-mail ook ‘schriftelijk’ is. Uit de jurisprudentie vloeit dan de rechtsregel voort dat onder ‘schriftelijk’ ook de communicatie via e-mail kan worden verstaan.

Gewoonte

Je moet bedenken dat rechtsregels niet altijd op schrift staan. De behoefte om rechtsregels steeds meer op schrift te stellen is in de loop van de geschiedenis toegenomen, onder meer vanuit de gedachte dat het voor burgers duidelijk moet zijn welke regels er precies gelden. Echter zijn nog steeds niet alle rechtsregels ‘gecodificeerd’, om de simpele reden dat dit onmogelijk is gebleken.

Als een ongeschreven regel onafgebroken en over langere tijd is gebruikt, vaak genoeg is herhaald en in het algemeen wordt geaccepteerd als recht of plicht, is er sprake van een rechtsregel van gewoonterecht. Een gewoonte kan onder voorwaarden dus een rechtsregel vormen.

Een voorbeeld van een regel van gewoonterecht is het vertrouwensbeginsel dat geldt tussen het kabinet en de Kamers van de Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer). Als het kabinet, een minister of een staatssecretaris geen vertrouwen geniet van een Kamer van de Staten-Generaal, moet dit/deze opstappen. Dit beginsel is nergens in de wet terug te vinden, maar omdat het sinds jaar en dag is gebruikt en algemeen wordt geaccepteerd als een rechtsregel wordt het tot het geldende (gewoonte)recht gerekend.

Internationaal recht

Deze rechtsbron betreft verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

In principe mag ieder land zelf bepalen welke regels er gelden op zijn grondgebied.

Zo mag de Nederlandse wetgever regels maken voor het Nederlandse grondgebied en de Duitse wetgever voor het Duitse grondgebied. Nationale overheden zijn exclusief bevoegd hun land te besturen, daar wetgeving voor te maken en daar recht te spreken. Zij hoeven wat dat betreft niets of niemand boven zich te dulden, tenzij ze daartoe zelf besluiten. Dit noemen we soevereiniteit.

Toch is er ook veel recht dat niet gemaakt is door een enkele nationale overheid, maar wel geldt op het grondgebied van verschillende staten. Staten kunnen onderling afspraken maken en dit neerleggen in een verdrag. Dit kan gedaan worden door twee staten onderling (bilateraal) of door meerdere staten (multilateraal).

Een voorbeeld van een multilateraal verdrag is het Europees Verdrag betreffende de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het (EVRM), waar ook Nederland bij is aangesloten. Dit verdrag schept voor burgers en nationale overheden rechten en plichten.

Ook kunnen staten met een verdrag een organisatie in het leven roepen die op (vaak hele specifieke) terreinen boven hun eigen wetgevers staat. Staten staan op deze manier dus een beetje van hun soevereiniteit af. Een belangrijk voorbeeld van een organisatie waar de lidstaten een deel van hun soevereiniteit aan hebben overgedragen is de Europese Unie (EU).

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen