De rechter en jurisprudentie

We hebben gezien dat er een aantal verschillende rechtsgebieden zijn, vaak met hun eigen procesrecht. Dit betekent dat de vorm van de rechterlijke uitspraken op die gebieden ook van elkaar verschilt. We spitsen ons hier toe op het privaatrecht.

Om een uitspraak inhoudelijk helemaal te kunnen doorgronden, moet je behoorlijk veel verstand hebben van het recht. Dat is op dit moment voor ons nog wat hoog gegrepen. We kunnen echter wel uitzoeken wie de partijen in een zaak waren, wat er is gebeurd en wat het oordeel van de rechter was.

We hebben in deze cursus al vaker gesproken van ‘de rechter’ en ‘rechtspraak’ (‘jurisprudentie’), maar we hebben de taak van de rechter nog niet nader bekeken. Laten we weer eens naar de Grondwet gaan (gebruik bijvoorbeeld weer wetten.nl). Hoofdstuk 6 van de Grondwet (artikelen 112 t/m 122) gaat over de rechtspraak. Artikel 116 Grondwet stelt dat de wet aanwijst welke gerechten tot de rechterlijke macht behoren, hoe de rechterlijke macht is ingericht en samengesteld en welke bevoegdheden de rechterlijke macht heeft. Oftewel: de formele wetgever moet een wet maken die dit allemaal regelt.

Dit heeft de wetgever ook gedaan, met de Wet op de Rechterlijke organisatie (afgekort: ‘Wet RO’ of gewoonweg ‘RO’). Zoek eens naar de Wet op de Rechterlijke Organisatie op www.wetten.nl. In artikel 1 Wet RO vinden we de zogenaamde ‘definities’; de betekenis van de begrippen die in de wet herhaaldelijk worden gebruikt, worden hier uitgelegd. Interessanter wordt het in artikel 2 Wet RO. Daarin zien we welke gerechten behoren tot de rechterlijke macht: de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad.

Jurisprudentie is niet te vinden op wetten.nl. Hiervoor moet je naar uitspraken.rechtspraak.nl.

Hoeveel rechtbanken en gerechtshoven er zijn, is nog wel eens aan verandering onderhevig. Op het moment van schrijven zijn er 11 rechtbanken en 4 gerechtshoven en één Hoge Raad.

In een civiele procedure is het zo dat partijen bij een geschil eerst naar de rechtbank gaan. Als één (of beide) partij(en) het niet eens is (zijn) met de rechtbank, kan (kunnen) zij vaak in hoger beroep gaan bij een gerechtshof. Dit hof doet de zaak nog eens over. Als een partij zich ook niet kan vinden in die uitspraak, kan zij als laatste nog naar de Hoge Raad. Dit heet in cassatie gaan. In cassatie mogen de partijen enkel nog klagen over de wijze waarop het hof het recht heeft toegepast. De Hoge Raad doet dus niet de hele zaak over. De feiten staan vast. Als de Hoge Raad de klachten gegrond vindt, vernietigt (“casseert”) hij de uitspraak van het hof. Vaak stuurt (“verwijst”) de Hoge Raad de zaak dan naar een ander hof. Dit hof moet de zaak dan nog eens overdoen. Tegen deze beslissing staat vaak weer cassatie open.

Op de route van rechtbank naar gerechtshof naar Hoge Raad zijn wat uitzonderingen, zoals ‘sprongcassatie’. Het reikt echter te ver om hier op die uitzonderingen in te gaan.

Terminologie

De uitspraken van rechtbanken heten ‘vonnissen’ en deze vonnissen worden ‘gewezen’; “De rechtbank wijst vonnis.” De uitspraken van gerechtshoven en de Hoge Raad heten ‘arresten’ en ook deze worden ‘gewezen’. “De Hoge Raad wijst arrest.” Daarnaast kan de rechter ook een beschikking afgeven.

Als de procedure begint met een dagvaarding heet de uitspraak een vonnis/arrest, als de procedure begint met een verzoekschrift heet de uitspraak een beschikking.

Als je tegen een onbekend begrip aanloopt kan deze begrippenlijst van www.rechtspraak.nl vaak uitkomst bieden.

Als je een procedure bij de rechter wilt starten kun je niet bij elke rechter terecht. Met andere woorden: niet elke rechter is bevoegd om van jouw geschil kennis te nemen. De bevoegdheid van een rechter om van een geschil kennis te nemen noemen we competentie. Er zijn twee soorten competentie:

Absolute competentie Hier gaat het er om naar wat voor soort rechter je moet: naar een rechtbank, een gerechtshof, de Hoge Raad of een andere rechtsprekende instantie. Vaak begint een procedure bij de rechtbank.

Relatieve competentie Hier gaat het om de locatie van de rechtsprekende instantie. Als twee Groningers in Groningen met de auto op elkaar botsen zal hoogstwaarschijnlijk de Rechtbank Noord-Nederland bevoegd zijn over de zaak te oordelen, en niet de Rechtbank Amsterdam.

De absolute en relatieve competentie van rechters is vastgelegd in de wet. Soms is het nog behoorlijk zoeken naar welke rechter precies bevoegd is.

In het burgerlijk recht hebben we de hoofdregel: “Wie eist, die reist.” De relatief bevoegde rechter is dan dus de rechter van het ‘arrondissement’ van de woonplaats van de gedaagde. In het strafrecht vindt een procedure vaak plaats voor de rechter van de plaats waar het delict is gepleegd. Als hoofdregel stel je hoger beroep in bij het gerechtshof van het ‘ressort’ waar de rechtbank onder valt (‘ressorteert’). Bedenk dat op deze hoofdregel tal van uitzonderingen zijn!

Een arrondissement is het geografische gebied waarbinnen een bepaalde rechtbank bevoegd is. Nederland heeft 11 rechtbanken en 11 arrondissementen. Hier kun je een interactieve kaart vinden van de arrondissementen.

Een ressort is het geografische gebied waarbinnen een bepaald gerechtshof bevoegd is. Nederland heeft 4 gerechtshoven en 4 ressorts. Hier kun je een interactieve kaart vinden van de ressorts.

Voordat we beginnen nog een kleine opmerking over de rol van de rechter. Er is namelijk een groot verschil tussen de rol van de rechter in burgerlijke zaken en de rol van de rechter in strafzaken. In het burgerlijke recht gaat het om de formele waarheid. Het gaat er niet om wat er écht is gebeurd, maar wat is gebleken uit de feiten en omstandigheden zoals deze tijdens de zaak naar voren zijn gebracht door de partijen. De burgerlijke rechter is dan ook wat we noemen lijdelijk. Hij neemt een afwachtende houding aan en gaat niet zelf actief op zoek naar de onderliggende waarheid.

Dit doet de strafrechter heel anders. Die gaat juist op zoek naar wat er echt is gebeurd: de materiële waarheid. Hij is dan ook een stuk ‘actiever’ dan de burgerlijke rechter.

De bestuursrechter is ook een actieve rechter. Zo compenseert hij de vaak ongelijkwaardige verhouding tussen de burger en de machtige overheid.

Nu we iets meer weten over hoe de rechterlijke macht in elkaar steekt, wordt het tijd om verder in te gaan op haar belangrijkste taak: rechtspreken!

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen