Contact FutureLearn for Support
Skip main navigation
We use cookies to give you a better experience, if that’s ok you can close this message and carry on browsing. For more info read our cookies policy.
We use cookies to give you a better experience. Carry on browsing if you're happy with this, or read our cookies policy for more information.

‘Klassieke’ en ‘sociale’ grondrechten

De grondrechten nemen in onze rechtsstaat een belangrijke plaats in. De macht die de overheid uitoefent, wordt in zekere zin door de grondrechten gereguleerd. Aan de ene kant beperken de grondrechten de wetgevende bevoegdheid van overheidsorganen en aan de andere kant bestaan er grondwettelijke voorschriften die de overheid verplichten om zich bezig te houden met bepaalde gebieden die in het algemeen belang zijn. De grondrechten vormen van oudsher met name een juridische waarborg voor de individuele burger in zijn verhouding tot de overheid.

  • Er kan soms ook in ‘horizontale verhoudingen’ een beroep op grondrechten gedaan worden, dus tussen burgers en/of bedrijven onderling. Daarover later deze week meer.

De grondrechten zijn opgenomen in hoofdstuk 1 van de Grondwet. Deze grondrechten kunnen worden onderverdeeld in twee soorten: de klassieke grondrechten en de sociale grondrechten.

Klassieke grondrechten

Deze rechten garanderen de vrijheid van de burgers tegenover de overheid. Bijvoorbeeld het recht op privacy (art. 10 Gw) of de vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw).

Ten aanzien van deze rechten dient de overheid zich in beginsel van actief optreden te onthouden. Niet alle klassieke grondrechten eisen echter een terugtred van de overheid: art. 4 Gw bijvoorbeeld vormt hierop een uitzondering. Om te zorgen dat burgers hun (actief of passief) kiesrecht kunnen uitoefenen, is immers een actief overheidsoptreden noodzakelijk. Het kiesrecht is dan ook door de formele wetgever uitgewerkt in de Kieswet.

Als de overheid inbreuk maakt op een klassiek grondrecht, kan de burger daartegen opkomen bij de rechter. Omdat het staatsrecht geen eigen procesrecht kent, kan de toets of er sprake is van een schending van een grondrecht plaatsvinden in het kader van een civiel-, straf- of bestuursrechtelijke procedure. In een civiele zaak kan dat bijvoorbeeld op grond van onrechtmatige daad (inbreuk op een recht en/of strijdigheid met de maatschappelijke zorgvuldigheid, daarop komen we terug in week 3). De grondrechten kunnen dus in alle rechtsgebieden doorwerken.

Sociale grondrechten

Deze grondrechten zijn in de Grondwet geformuleerd als instructienormen gericht aan de overheid. Het recht op arbeid (art. 19 lid 1 Gw) of het recht op een schoon milieu (art. 21 Gw) zijn voorbeelden van sociale grondrechten. Dergelijke rechten zijn “voorwerp van zorg der overheid” en bij de verwezenlijking van deze rechten is actief overheidsoptreden vereist.

Soms wordt er nog een andere categorie grondrechten genoemd: politieke grondrechten. Wij vinden dit echter verwarrend, dus wij houden het op het onderscheid klassiek - sociaal.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen