De belanghebbende

Als je wilt opkomen tegen een Awb-besluit moet je belanghebbende zijn. Volgens art. 1:2 Awb is een belanghebbende:

degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Simpel gezegd zijn er twee soorten belanghebbenden:

  • De normadressant (degene tot wie een besluit is gericht): denk bijvoorbeeld aan een beschikking inhoudende een vergunning voor de bouw van een dakkapel die verstrekt wordt aan de eigenaar van de woning.

  • De ‘derde-belanghebbenden’: denk bijvoorbeeld aan de buurman van degene die een vergunning heeft gekregen voor het bouwen van een schuurtje.

Degene tot wie een besluit is gericht - de normadressant - is altijd belanghebbende. De vraag of een ander belanghebbende is bij een besluit, is een stuk lastiger te beantwoorden. In de rechtspraak is daarvoor een aantal criteria ontwikkeld aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of iemand ‘derde-belanghebbende’ is.

1. Diegene moet een eigen belang hebben.

  • Het mag niet gaan om het belang van iemand anders.

Een vader die het er niet mee eens is dat zijn zoon geen huurtoeslag meer krijgt, heeft onvoldoende eigen belang.

2. Diegene moet een persoonlijk belang hebben.

  • Het belang moet zich voldoende onderscheiden van het belang van willekeurige anderen (van belangen van personen in de massa).

Iemand die in Maastricht woont heeft onvoldoende persoonlijk belang bij een kapvergunning voor een boom in een Groningse tuin. Dat ligt anders voor de buurman die al jaren van de schaduw geniet, omdat hij zich daarmee voldoende onderscheidt van de massa.

3. Het belang moet objectief bepaalbaar zijn.

  • Een objectief bepaalbaar belang houdt vaak verband met een economische belang (zoals de waardedaling van een woning).

Het belang mag dus niet zuiver emotioneel zijn, zoals opkomen tegen een kapvergunning omdat de boom geen pijn mag lijden.

4. Het belang moet actueel zijn.

  • Het belang mag niet onzeker zijn en in de toekomst liggen.

Het belang bij een kapvergunning van een boom in de tuin naast het huis dat je overweegt te gaan kopen is onvoldoende actueel.

5. Het belang moet direct geraakt zijn.

  • Het mag dus in beginsel niet gaan om een ‘afgeleid belang’.

Een werknemer is niet snel belanghebbende bij een besluit dat gericht is tot zijn werkgever. Ook een student die een kamer huurt, zal in beginsel geen belanghebbende zijn bij een besluit dat is gericht tot de verhuurder van de kamer.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen