Het noodbevel

Een noodbevel betreft niet altijd een Awb-besluit.

Het kán wel een Awb-besluit zijn in het geval dat aan alle voorwaarden daarvoor uit de Awb is voldaan. Het moet dan gaan om:

  1. een schriftelijke beslissing; - Dus als het bevel op papier wordt uitgereikt.

  2. inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling; - Dit zal steeds het geval zijn. De burgemeester oefent immers een exclusieve bevoegdheid uit: alleen hij kan op grond van de wet noodbevelen geven. Daarnaast verandert er steeds iets in de wereld van het recht; door het bevel wordt vaak iets verboden, bijvoorbeeld om op een bepaalde plaats te komen.

  3. afkomstig van een bestuursorgaan. - Dat is ook het geval, want de burgemeester is een a-bestuursorgaan.

    Omdat dit besluit zich kenmerkt door een niet-algemene, maar een individuele of concrete strekking betreft het een beschikking.

Dat een noodbevel niet altijd een Awb-besluit is, heeft te maken met de de schriftelijkheidseis. Indien een noodbevel mondeling wordt gegeven is er geen sprake van een schriftelijke beslissing en dus ook niet van een Awb-besluit!

Denk aan de groep relschoppers die bij een voetbalwedstrijd via de megafoon de opdracht krijgt om naar huis te gaan.

Consequentie hiervan is dat je met je bezwaren tegen deze beslissing dan in beginsel uiteindelijk niet bij de bestuursrechter terecht kunt. Je zult bij de civiele rechter moeten aankloppen. Dat is een belangrijk nadeel voor de betrokkene, want de procedure bij de bestuursrechter is veel laagdrempeliger. Zo is er bij de bestuursrechter geen verplichte procesvertegenwoordiging (verplichte advocaat) en is het griffierecht (entree-geld voor een juridische procedure) lager.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen