De onrechtmatige gedraging: gevaarzetting

In de laatste vraag van de vorige quiz hebben we gezien dat een gladde stoep een gevaarlijke situatie kan opleveren.

In die casus werd echter geen inbreuk op een recht gemaakt of gehandeld in strijd met een wettelijke plicht: het gooien van sop op een stoep is op zichzelf niet een inbreuk op een recht of strijdig met een wettelijke plicht. Het zou echter heel goed kunnen dat dit gedrag ‘volgens ongeschreven recht niet in het maatschappelijk verkeer betaamt’. Dat is het geval als A nodeloos een groter gevaar in het leven heeft geroepen dan waar een normaal mens bedacht op hoeft te zijn. Dit wordt gevaarzetting genoemd.

Om te beoordelen of er sprake is van gevaarzettend gedrag, moet de vraag worden gesteld hoe (on)zorgvuldig de veroorzaker van de gevaarlijke situatie is geweest. Daarbij zijn vier criteria van belang:

  1. Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid worden geacht? - Wanneer er sprake is van een gevaarlijke situatie moet de veroorzaker van die situatie zich afvragen in hoeverre dit gevaar zich door onoplettendheid en onvoorzichtigheid van anderen kan verwezenlijken.

  2. Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan? - Hoe groot is de kans dat er daadwerkelijk schade optreedt indien anderen onoplettend en onvoorzichtig zijn?

  3. Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? - In hoeverre de ernst van de gevolgen zijn te voorspellen is ook van belang. Daarbij weegt het risico op schade aan personen (letselschade) bijzonder zwaar, in beginsel zwaarder dan schade aan zaken (vermogensschade).

  4. Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen? - Als er sprake is van een gevaarlijke situatie moet er worden gekeken naar de mogelijkheid om veiligheidsmaatregelen te treffen. Als dat eenvoudig kan en daarmee groot gevaar kan worden vermeden, wordt het nalaten van het treffen van dergelijke maatregelen de schadeveroorzaker zwaar aangerekend.

Hoe waarschijnlijker het is dat een ander niet oplet, hoe groter de kans dat er ongevallen ontstaan, hoe ernstiger de gevolgen daarvan kunnen zijn en hoe makkelijker er veiligheidsmaatregelen genomen kunnen worden, hoe eerder er sprake is van onrechtmatig gevaarzettend gedrag.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen