Skip main navigation
We use cookies to give you a better experience, if that’s ok you can close this message and carry on browsing. For more info read our cookies policy.
We use cookies to give you a better experience. Carry on browsing if you're happy with this, or read our cookies policy for more information.

Toerekenbaarheid

Het tweede vereiste dat de wet stelt aan een onrechtmatige daad, is dat de onrechtmatige gedraging toerekenbaar moet zijn aan de dader.

Volgens art. 6:162 lid 3 BW kan een onrechtmatige gedraging aan de dader worden toegerekend op drie gronden:

  1. Het is te wijten aan de schuld van de dader. Het gaat hier om verwijtbaarheid. Soms is er opzet in het spel, maar het kan ook gaan om onvoorzichtigheid (zoals bij het Kelderluik-arrest het geval was).

  2. Het is te wijten aan een oorzaak die krachtens de wet voor zijn rekening komt. Zo regelt art. 6:169 BW de aansprakelijkheid van de ouders voor de onrechtmatige gedragingen van hun kinderen tot 16 jaar. Een ander voorbeeld is art. 6:170 BW, waarin de aansprakelijkheid van werkgevers voor hun ondergeschikten is geregeld.

  3. Het is te wijten aan een oorzaak die krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Een verkeersongeluk door onervarenheid kan de onervaren bestuurder toch worden aangerekend op basis van de in het verkeer geldende opvattingen.

Kort gezegd kan een onrechtmatige gedraging iemand worden toegerekend als deze is te wijten aan zijn schuld of voor zijn risico komt.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen

Contact FutureLearn for Support