Contact FutureLearn for Support
Skip main navigation
We use cookies to give you a better experience, if that’s ok you can close this message and carry on browsing. For more info read our cookies policy.
We use cookies to give you a better experience. Carry on browsing if you're happy with this, or read our cookies policy for more information.

Causaal verband

Het vierde vereiste voor de onrechtmatige daad is dat de onrechtmatige gedraging ook de oorzaak moet zijn van de geleden schade (causaal verband). Dit valt op te maken uit het woord dientengevolge in art. 6:162 lid 1 BW.

Er zijn twee te onderscheiden fasen bij causaliteit:

Ten eerste moet de onrechtmatige gedraging op zijn minst een voorwaarde zijn geweest voor het ontstaan van de schade (een conditio sine qua non). Dit betekent dat als de schade ook zou zijn ontstaan zonder dat de gedraging had plaatsgevonden, het causaal verband ontbreekt.

De dader is echter niet altijd voor alle schade die uit zijn onrechtmatige gedraging voortvloeit aansprakelijk. De aansprakelijkheid wordt begrensd door de leer van de toerekening naar redelijkheid van art. 6:98 BW. Bij de toepassing van deze leer moeten verschillende factoren tegen elkaar worden afgewogen. Niet alleen de in art. 6:98 BW genoemde factoren als de aard van de aansprakelijkheid en de aard van de schade zijn hier van belang, maar ook onder andere de mate van schuld en de mate van voorzienbaarheid.

In de praktijk kan de aansprakelijkheid voor ontstane schade wel heel ver reiken. Zie bijvoorbeeld de arresten van de Hoge Raad van 14 juni 1939 (Eierschaalschedel) en 12 september 1978 (Letale longembolie). Je kunt Google gebruiken om de kern van deze arresten te vinden. Ze staan niet op rechtspraak.nl.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen