Skip main navigation
We use cookies to give you a better experience, if that’s ok you can close this message and carry on browsing. For more info read our cookies policy.
We use cookies to give you a better experience. Carry on browsing if you're happy with this, or read our cookies policy for more information.

Relativiteit

Er is nog een laatste vereiste dat een rol kan spelen bij de vraag of er sprake is van een onrechtmatige daad: de relativiteit (art. 6:163 BW). Dit vereiste speelt een rol als de onrechtmatige gedraging bestaat uit de schending van een wettelijke norm.

Relativiteit houdt in dat de veroorzaker slechts aansprakelijk is voor de schade als hij een norm heeft geschonden die het getroffen belang van het slachtoffer beschermt.

Bij de botsing tussen de studenten Sterre en Wilko uit de eerder behandelde casus heeft Wilko een wettelijke norm geschonden door van een oprit af te rijden zonder al het andere verkeer voorrang te verlenen. Deze verkeersregel beoogt andere deelnemers aan het verkeer te beschermen, waaronder Sterre. Doordat Wilko schade heeft veroorzaakt bij Sterre door het overtreden van een regel die erop ziet deze schade voor haar te voorkomen, is er sprake van relativiteit. Stel nu dat even verderop een schilder schrok van de klap die het ongeluk veroorzaakte en daardoor van zijn ladder afviel. Omdat de geschonden norm, in casu een verkeersnorm, in beginsel niet strekt tot de bescherming van niet-verkeersdeelnemers zal Wilko in ieder geval niet vanwege de schending van díe wettelijke plicht aansprakelijk zijn voor de eventuele schade van de schilder, omdat in dat geval de relativiteit ontbreekt.

Het relativiteitsvereiste is een zogenaamd negatief vereiste. Om iemand aan te spreken voor ontstane schade op grond van onrechtmatige daad, hoeft het slachtoffer alleen de vier eerder genoemde vereisten - onrechtmatige gedraging, toerekenbaarheid, schade en causaal verband - te stellen en te bewijzen. Indien er volgens de dader niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste zal hij zich hier zelf op moeten beroepen want de rechter gaat er in beginsel van uit dat aan dit vereiste is voldaan.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen

Contact FutureLearn for Support