Contact FutureLearn for Support
Skip main navigation
We use cookies to give you a better experience, if that’s ok you can close this message and carry on browsing. For more info read our cookies policy.
We use cookies to give you a better experience. Carry on browsing if you're happy with this, or read our cookies policy for more information.

Introductie

Dat je straf kunt krijgen als je iets fout hebt gedaan moge duidelijk zijn. Maar wie bepaalt of je straf krijgt? En hoeveel straf? En wat voor soort straf? En op wat voor manier wordt dat bepaald?

Bij dit soort vragen speelt het strafrecht lang niet altijd een rol. Als een kind van zijn moeder een uur op zijn kamer moet zitten vanwege een te grote mond, spreken we niet van strafrechtelijke vervolging. Als een bezoeker van een museum per ongeluk een vaas omstoot en daarvoor een schadevergoeding moet betalen heeft het strafrecht daar in beginsel ook weinig mee te maken. Het vergoeden van schade als gevolg van een onrechtmatige daad is geregeld in het civiele recht (zie het onderdeel over de onrechtmatige daad in Week 3).

Als iemand opzettelijk een ander om het leven brengt en daarvoor de gevangenis in moet, komt het strafrecht wel in volle omvang om de hoek kijken.

Zoals elke week hebben we ook hier weer het schema:

schema

Het strafrecht valt onder het publiekrecht en bestaat uit twee onderdelen: materieel strafrecht en formeel strafrecht.

Materieel strafrecht:

  • Wat is er strafbaar, wie is er strafbaar en welke straf staat daarop?
  • Hoofdzakelijk geregeld in het Wetboek van Strafrecht, maar ook andere regelingen kennen strafrechtelijke bepalingen.

Formeel strafrecht:

  • Hoe worden strafbare feiten opgespoord en vervolgd?
  • Geregeld in het Wetboek van Strafvordering.

Of een gedraging onder het strafrecht valt, kun je dus vinden in het materiële strafrecht. Maar hoe wordt eigenlijk onderzocht of die gedraging daadwerkelijk onder het strafrecht te scharen is? Hoe worden strafbare feiten opgespoord, en hoe gaat de rechter hiermee om? Op welke wijze wordt de straf vorm­gegeven? Het formele strafrecht bevat voorschriften over deze zaken.

Het Wetboek van Strafrecht bestaat uit 3 ‘boeken’:

  1. Algemene bepalingen
  2. Misdrijven
  3. Overtredingen

Bijzonder en Algemeen deel

Het materiële strafrecht is op meer plaatsen te vinden dan alleen in het Wetboek van Strafrecht. Andere regelingen kunnen ook strafrechtelijke bepalingen bevatten. Denk bijvoorbeeld aan het verbod op het handelen in drugs dat is opgenomen in de Opiumwet, maar ook aan strafbepalingen in verordeningen van decentrale overheden, zoals het verbod op het voeren van (stads)duiven in de gemeente Groningen. Deze regelingen en bepalingen vormen samen met boek 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht het bijzondere deel van het materiële strafrecht.

Voor dit ‘bijzondere deel’ zijn algemene voorschriften nodig, die op al deze verschillende strafbepalingen van toepassing zijn. Denk hierbij aan regels over de straffen die opgelegd kunnen worden (een geldboete, een gevangenisstraf, een werkstraf) of aan bepalingen die regelen wanneer je strafbaar bent als medeplichtige aan een delict. Deze algemene voorschriften staan in het algemeen deel, dat is te vinden in boek 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Misdrijven en overtredingen

Een belangrijk onderscheid is dat tussen misdrijven en overtredingen, waarbij een misdrijf ‘zwaarder’ is dan een overtreding. Of een delict een overtreding of een misdrijf is, wordt bepaald door de formele wetgever. Het verschil tussen een misdrijf en een overtreding is om meerdere redenen van belang. Zo kun je geen gevangenisstraf krijgen voor een overtreding. Ook is het medeplichtig zijn aan een overtreding niet strafbaar en is de verjarings­termijn van overtredingen korter dan dat van misdrijven.

Voor een overtreding kun je wel bestraft worden met ‘hechtenis’. Dat is gevangenhouding onder een lichter regime dan bij de gevangenisstraf.

Soms is het vrij gemakkelijk om te achterhalen of een delict een misdrijf of een overtreding is. Staat het in boek 2 van het Wetboek van Strafrecht, getiteld ‘Misdrijven’, dan is het een misdrijf. Staat het delict in boek 3 van het Wetboek van Strafrecht, getiteld ‘Overtredingen’, dan is het een overtreding.

Strafbepalingen in verordeningen van decentrale overheden (bijvoorbeeld de gemeente) zijn altijd overtredingen.

Zo gemakkelijk is het echter niet altijd. Andere formele wetten, ministeriële regelingen, Algemene Maatregelen van Bestuur en verordeningen van decentrale overheden kunnen ook straf­rechtelijke bepalingen bevatten.

We noemden al de Opiumwet als voorbeeld van een andere formele wet met strafbepalingen. Het gemeentelijke verbod om (stads)duiven te voeren is een voorbeeld van een strafbepaling van een decentrale overheid.

Bij deze regelingen is het lastiger vast te stellen of je te maken hebt met een overtreding of een misdrijf. Vaak staat dat verderop in de regeling (meestal vlak na de bepaling, of helemaal achteraan in de regeling).

Zo staat in art. 9 lid 1 Wet Wapens en Munitie (WWM) een verbod op onder andere het zonder vergunning vervaardigen van wapens. Art. 55 lid 1 WWM bepaalt welke straf daarop staat en artikel 56 WWM bepaalt dat de in art. 55 WWM opgenomen strafbare feiten (waaronder art. 9 lid 1 WWM) misdrijven zijn.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen