Strafbare feiten

Wanneer bega je een ‘strafbaar feit’? Welke eisen stelt de wet daaraan?

Delictsomschrijvingen en bestanddelen

In het Wetboek van Strafrecht en andere regelingen die materieel strafrecht bevatten, staan nauwkeurige omschrijvingen van strafbare feiten. Zo’n omschrijving van een strafbaar feit noemen we een delictsomschrijving. De gedraging en de omstandigheden waaronder deze gedraging strafbaar is, noemen we bestanddelen (dus geen bestandsdelen). Alle bestanddelen samen vormen de zonet genoemde delictsomschrijving. Daarnaast is in een strafbepaling soms een juridische aanduiding en vaak een sanctie te vinden.

Een voorbeeld:

Art. 289 Sr: Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft (delictsomschrijving), wordt, als schuldig aan moord (juridische kwalificatie), gestraft met een levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie (sanctie).

Wil er sprake zijn van moord in de zin van art. 289 Sr, dan moet er voldaan worden aan de volgende gedragingen en omstandigheden (bestanddelen):

  • opzettelijk
  • met voorbedachten rade
  • een ander
  • van het leven beroven.

Aan al deze bestanddelen van art. 289 Sr moet worden voldaan, wil de verdachte voor moord veroordeeld kunnen worden! De officier van justitie moet de bestanddelen altijd tenlasteleggen (zeg maar: de verdachte ervan betichten) en bewijzen. Als niet alle bestanddelen bewezen kunnen worden, wordt de verdachte vrijgesproken. Met andere woorden, als er geen opzet en/of voorbedachten rade in het spel zijn, kan er geen sprake zijn van moord. Dat kan ook niet als er niemand is overleden (dan mist het bestanddeel van het leven beroofd). Daarnaast moet het gaan om een ander (en dus niet de dader zelf).

Een voorbeeld van een tenlastelegging van de officier van justitie voor moord vinden we in de strafzaak over de moord op Pim Fortuyn. We hebben de bestanddelen voor je dikgedrukt:

“Dat hij (Volkert van der G.) op 6 mei 2002 te Hilversum opzettelijk en met voorbedachten rade, W.S.P. Fortuyn (een ander) van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een pistool vijf, althans een aantal kogels in de nek en/of rug en/of de schedel van die Fortuyn geschoten, waardoor die Fortuyn zodanige verwondingen aan de hersenen en/of het hart en/of de hals en/of de linkerlong heeft opgelopen, dat hij daaraan is overleden.”

Je ziet dat de officier eerst alle bestanddelen van de delictsomschrijving heeft genoemd, en daarna heeft uitgelegd.

Vergelijk nu eens de volgende strafbepaling inzake ‘doodslag’ uit het Wetboek van Strafrecht met de zojuist besproken strafbepaling betreffende ‘moord’:

Art. 287 Sr: “Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

Ook hier wordt het strafbaar gesteld om een ander van het leven te beroven, maar er hoeft geen sprake te zijn van ‘voorbedachten rade’.

Kort gezegd betekent ‘met voorbedachten rade’ dat de dader van een strafbaar feit vóórdat hij het feit pleegde nog de gelegenheid had zich te bedenken. Er moet de gelegenheid geweest zijn om over de betekenis en de gevolgen van de daad te kunnen nadenken.

De maximumstraf voor moord is hoger dan die voor doodslag. Als een dader een strafbaar feit pleegt na ‘kalm beraad en rustig overleg’ heeft de wetgever dit als een zwaarder delict aangemerkt dan als hij dit doet in een ‘opwelling’.

De elementen

Naast de bestanddelen die in de delictsomschrijving zijn opgenomen, moet er ook altijd worden voldaan aan de eisen van wederrechtelijkheid en schuld. Zelfs als deze niet in de delicts­omschrijving zijn opgenomen, zoals meestal het geval is. Dit noemen we de elementen.

  • Wederrechtelijkheid: dat betekent kort gezegd ‘in strijd met het recht’.
  • Schuld: dat betekent hier zoveel als ‘verwijtbaarheid’. Immers, geen straf zonder schuld.

Als officier van justitie hoef je wederrechtelijkheid en schuld als element niet op te nemen in de tenlastelegging, waardoor je ze ook niet hoeft te bewijzen. De elementen worden verondersteld aanwezig te zijn.

Het ligt nog een stuk ingewikkelder dan we in dit korte stukje hebben weergegeven. Zo kunnen wederrechtelijkheid en schuld ook bestanddelen zijn (ze staan dan in de delictsomschrijving). Verder heeft ‘schuld’ als element in het strafrecht een andere betekenis dan ‘schuld’ als bestanddeel. Ook is er over de ‘wederrechtelijkheid’ nog veel te zeggen. Daarnaast hebben we zaken als medeplichtigheid, medeplegen en de poging niet genoemd.

Omwille van het introducerende karakter van deze cursus komen niet al deze onderwerpen (uitgebreid) aan bod. Deze interessante vragen worden natuurlijk wel allemaal uitgebreid beantwoord tijdens een rechtenstudie aan de Rijksuniversiteit Groningen!

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen