Overval in de Bijlmer: het oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft zich uitgesproken in deze casus in het arrest Bijlmer Noodweer (ECLI:NL:HR:1984:AC8567).

Je hebt deze week geleerd dat er voor een geslaagd beroep op noodweer vijf vragen positief beantwoord moeten worden. In deze casus liep het beroep op noodweer stuk op de laatste vraag: was de verdediging geboden? Er was wel sprake van een noodweersituatie, maar de vrouw had de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden door de man in de borst te schieten. Het gerechtshof en de Hoge Raad waren dat oordeel toegedaan, met het oog op de ervaring die de vrouw had met vuurwapens en de kleine afstand tussen haar en haar belagers. Zij moest in staat zijn geweest minder vitale delen van het lichaam te raken. Het beroep op noodweerexces werd daarentegen wel aangenomen, omdat de overschrijding van de noodzakelijke verdediging het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging die was veroorzaakt door de aanranding. Dat zij gebruikmaakte van een verboden vuurwapen, stond een beroep op noodweer(exces) niet in de weg. Voor dat verboden vuurwapenbezit is de vrouw overigens wel veroordeeld.

Share this video:

This video is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen