Een slechte timing

Je zou kunnen stellen dat het college van b en w het vertrouwensbeginsel heeft geschonden.

Als een daartoe bevoegd bestuursorgaan vertrouwen opwekt door een toezegging te doen moet dat gehonoreerd worden als er bij de burger gerechtvaardigde verwachtingen zijn ontstaan. In dit geval heeft de bevoegde ambtenaar de voorzitter van de wijkvereniging te kennen gegeven dat de verlening van de subsidie ‘geen enkel probleem zal opleveren’. Dat zou je kunnen zien als een toezegging, waardoor er bij de voorzitter de gerechtvaardigde verwachting is ontstaan dat de subside zou worden verleend.

Je zou ook kunnen stellen dat er hier sprake is van détournement de pouvoir. Een bestuursorgaan mag een bevoegdheid enkel uitoefenen voor het doel waarvoor deze is verleend (art. 3:3 Awb). In dit geval mocht het bestuursorgaan de subsidie alleen afwijzen om redenen die met de aanvraag te maken hebben. Dat lijkt hier zeker niet het geval.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen