schema van de trias politica

De inrichting van de staat

De Nederlandse Staat kan het beste getypeerd worden als een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Ook is het wat ons betreft een democratische rechtsstaat en meer in het bijzonder een constitutionele monarchie (met een parlementair stelsel).

Het begrip rechtsstaat houdt in dat de overheid bij het uitoefenen van haar bevoegdheden gebonden is aan haar eigen rechtsregels. In Nederland heeft het begrip rechtsstaat in de loop van de 19e eeuw vaste vorm gekregen in de eis dat er een Grondwet moet zijn, waarin zowel de grondrechten zijn gegarandeerd, als de scheiding der machten is vastgelegd. De Grondwet is de belangrijkste rechtsbron van ons staatsrecht, omdat hierin de grondslagen van de Nederlandse staatsinrichting zijn neergelegd.

De grondrechten zijn neergelegd in hoofdstuk 1 van de Grondwet en bepalen (in eerste instantie) de verhouding tussen de burgers en de Staat. Zij waarborgen de vrijheid van het individu ten opzichte van de overheid. Ook bestaan er voor de burger mogelijkheden om zelf invloed uit te oefenen op de staatsorganen. Op grond van art. 4 Gw heeft iedere Nederlander bijvoorbeeld het recht om de volksvertegenwoordiging te kiezen of om zich verkiesbaar te stellen.

We gaan in dit onderdeel eerst maar eens dieper in op ‘de rest’ van de Grondwet. Hierin vinden we regels die betrekking hebben op de inrichting en organisatie van de Staat. Hierin komt de zogenaamde Trias Politica, ofwel de scheiding van de macht in een wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, tot uiting. De Grondwet noemt de organen waaraan de individuele machten worden toegekend en omschrijft de aan hen toekomende bevoegdheden.

Share this article:

This article is from the free online course:

Inleiding Nederlands recht: de eerste stappen in de wereld van het recht

University of Groningen